Pass/trapvormen

Spelprincipes van Guardiola deel 3: verdedig ruimtes ipv tegenstanders

In dit artikel wordt het 3e spelprincipe behandeld in de serie over de spelprincipes van Pep Guardiola.

Het spelprincipe
Verdedig ruimtes in plaats van tegenstanders. Het spelprincipe geeft al aan dat er twee keuzes zijn zodra je moet verdedigen: ga je ruimtes verdedigen of ga je tegenstanders verdedigen? Wat betekent ruimtes verdedigen in plaats van tegenstanders?

Als je kiest voor het verdedigen van tegenstanders kies je voor mandekking. Iedereen in het team krijgt een vaste man om te verdedigen. Dat is heel duidelijk: iedereen weet wie zijn eigen man is en bij een tegendoelpunt kun je makkelijk een schuldige aanwijzen. Het nadeel is dat je niet zelf kan bepalen waar je staat, je tegenstander kan bepalen waar jij staat aangezien je achter hem aan moet lopen. Daardoor kunnen er ruimtes op het veld ontstaan waar je dat misschien helemaal niet wil. Voorbeeld: de spits van de tegenstander zakt in, je verdediger moet hem dekken en loopt mee. Gevolg: het hart van je verdediging ligt open.

De centrale verdediger van blauw gaat met de ingezakte spits mee en verlaat zijn zone. Er ontstaat ruimte voor een middenvelder van rood

Bij het verdedigen van ruimtes mag je zelf bepalen waar je staat, ongeacht de formatie van de tegenstander blijf je staan in de afgesproken ruimte. Daardoor hoef je ook minder te lopen en er is rugdekking van teamgenoten. Het doel van zoneverdedigen is niet direct om de bal af te pakken maar het afschermen van zones waarvan je niet wil dat de tegenstander in balbezit komt. Er is dus ook niet altijd druk op de bal. Verstandig is het om af te spreken waar je wel druk zet op de bal aangezien je op en duur wel actie zal moeten ondernemen om een bal af te pakken. Zie ook het artikel dat ik schreef over verdedigen zoals Atletico Madrid. Of dit artikel over zoneverdedigen uit de Cruijff-serie. In beide artikelen staan oefenvormen.

Uitgangspunten
Welke uitgangspunten kan je hanteren met betrekking tot zoneverdedigen:

  • Het verdedigende team beweegt mee met de bal waarbij de onderlinge afstanden min of meer gelijk blijven
  • Spelers blijven in hun zone, dat wil zeggen in positie ten opzichte van elkaar
  • Teamgenoten hoeven (of eigenlijk moeten) elkaar dus niet te passeren, horizontaal of verticaal. Voorbeeld: een rechtsback hoeft dus niet vóór een centrale verdediger langs te kruisen als zijn tegenstander naar binnen komt
  • Speler coachen elkaar en laten zich coachen om passlijnen af te schermen en tegenstanders over te geven

Belangrijk bij het zoneverdedigen zijn nu ook weer de onderlinge afstanden. In deel 1 van de Pep-serie zagen we dat afstanden klein gemaakt moeten worden. De afstand tussen linies zou ca 10 meter moeten zijn. Dit uitgangspunt zou je ook kunnen hanteren tussen spelers van dezelfde linie. Dit is enigszins afhankelijk van hoe kort je al op je eigen goal staat. Hoe korter op je eigen doel, hoe kleiner de onderlinge afstand. En tegen de tijd dat de tegenstander in je zestienmetergebied is, gelden de zones niet meer of in mindere mate en wil je druk op de bal en meer mandekking.

Bijkomend voordeel van zoneverdedigen is dat buitenspelers van de tegenstanders vooral in de voeten aangespeeld worden. Om namelijk aanspeelbaar te zijn zal een buitenspeler van de tegenstander het veld breed houden. Daardoor is er minder diepgang voor de tegenstander, de tegenstander wordt in de voeten aangespeeld waardoor de verdediger altijd een kans krijgt in het duel.

Oefenvorm
Logischerwijs kan je zoneverdedigen prima trainen in een grote partijvorm, mocht je met wat kleinere aantallen willen trainen, dan kan de volgende vorm je helpen.

In de tekening zie je 6 rode spelers en 6 gele spelers. De rode spelers staan in 3 verschillende vakken in tweetallen. De gele spelers staan in 2 vakken in drietallen. De bal ligt in vak 1.

Wat gaan de spelers doen? De rode spelers proberen de bal van vak 1, via vak 2 naar vak 3 te spelen en weer terug naar vak 2 en dan weer naar vak 1. Spelers, zowel de rode als de gele, komen hun eigen vak niet uit. De gele spelers proberen dus door zones te verdedigen en passlijnen af te schermen dit te voorkomen. Teamgenoten mogen (moeten) elkaar coachen en mogen niet voor elkaar langs lopen.

Hoe vaak krijgen de rode spelers de bal weer terug in vak 1 binnen 1 minuut? Na de minuut speelt geel vanuit balbezit en gaan de rode spelers de zones verdedigen. Wie haalt de hoogste score?

Heb je vragen of opmerkingen? Laat het me gerust weten.

Binnenkort deel 4 in de Pep-serie: creëer numerieke superioriteit

Interessante artikelen:

IJsland en zoneverdedigen in De Voetbaltrainer 

Ruud Bijnen over zoneverdedigen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *