Afwerkvormen·Positiespelen

Spelprincipes van Guardiola deel 4 en 5: creëer numerieke superioriteit

In dit artikel worden het 4e en 5e spelprincipe behandeld in de serie over de spelprincipes van Pep Guardiola.

Het spelprincipe
Creëer numerieke superioriteit. Het hebben van een overtal aan spelers ten opzichte de tegenstander, daar hebben we het over. Altijd (minimaal) plus 1 hebben. Guardiola formuleert twee verschillende principes met betrekking tot numerieke superioriteit. Waar wil Pep een numerieke superioriteit? Op het middenveld én rondom de bal. Deze spelprincipes combineer ik omdat ze verband houden met elkaar.

Waarom
Waarom wil je een overtal hebben? Het hebben van een overtal maakt het mogelijk om eenvoudiger balbezit te houden, tegenstanders uit te spelen en daardoor steeds dichter bij het doel van de tegenstander te komen om tot goede kansen te komen en uiteindelijk te kunnen scoren. We gaan dus continue op zoek naar situaties waarin bijvoorbeeld 2 vs 1, 3 vs 2-situaties kunnen ontstaan waarbij je eigen team in de meerderheid is.

Tegenstander
Hoe je een overtal kan creëren, is afhankelijk van de gekozen formatie en uitvoering van de formatie van je eigen team en van de tegenstander. Voorbeeld: tegen een tegenstander die met 1 spits speelt volstaan 2 spelers van je eigen team al om tot een overtal te komen. Maar speelt je tegenstander met 3 spitsen, dan heb je meer mensen nodig voor je overtal. Wat kan helpen om als coach hiermee om te gaan:

  • Win informatie in over je tegenstander, bijvoorbeeld over de formatie en uitvoering daarvan
  • Observeer in de beginfase van de wedstrijd in welke formatie je tegenstander speelt
  • Neem meerdere scenario’s door om overtallen te kunnen creëren in de voorbereiding op de wedstrijd en deel deze scenario’s met je spelers om adequaat te kunnen handelen gedurende de wedstrijd

Hoe creëren we een overtal
Op welke manieren kan je een overtal creëren mits het er nog niet is? Wat kom je zoal tegen in het huidige voetbal? Er zijn eigenlijk 2 mogelijkheden: buiten de linie een overtal creëren (speler gaat naar een andere linie) of binnen de linie een overtal creëren (speler blijft in dezelfde linie maar gaat naar een andere zone).

Voorbeelden van een overtal waarbij de speler verandert van linie:

  • Een inschuivende verdediger waarmee je een overtal creëert op het middenveld
  • Een inzakkende spits waarmee je ook een overtal creëert op het middenveld
  • Een inzakkende middenvelder waarmee je een overtal creëert in de verdediging

Voorbeelden van een overtal waarbij de speler binnen dezelfde linie blijft en beweegt naar een andere zone in de linie:

  • Een back komt naar de binnenkant voor een overtal in de as
  • Een buitenspeler komt naar de binnenkant voor overtal in de as en creëert ruimte aan de buitenkant voor een opkomende back

Oefenstof
Ook dit spelprincipe kan prima trainen in een 11 vs 11 of kleinere aantallen en daarbij situatief coachen. Bedenk waar op het veld je een overtal wil creëren, op welke momenten en wie moet daarbij in actie komen? Monitor deze momenten en observeer hoe men handelt en of dit is wat je wil zien.

Qua oefenstof zou je dit spelprincipe in tweeën kunnen opsplitsen. In eerste instantie gaat het dan om het creëren van een overtal, daarna zal je in staat moeten zijn om het overtal uit te kunnen spelen.

Het creëren van een overtal kan je eenvoudig trainen met deze vorm. Je kan bij deze vorm ook goed zien welke speler het natuurlijke inzicht heeft om een overtal te kunnen creëren. Hoe zorgt de blauwe speler ervoor dat hij continue aanspeelbaar is? Waar beweegt hij op het veld?

Is het overtal eenmaal gecreëerd, dan moet het ook uitgespeeld worden. Dat kan op een leuke en competitieve manier met de volgende spelvorm waarbij linies uitgespeeld moeten worden.

De tekening
In de tekening zie je 3 rode spelers, 3 gele spelers en een blauwe keeper. De gele spelers staan ieder in een met pionnen afgezet vak, de laatste gele met de keeper. Elke gele speler representeert een linie: de bovenste is de verdediging met keeper, daaronder het middenveld en daaronder de aanval.

Drie linies. Geel verdedigend en rood aanvallend.

De rode spelers moet als drietal in elk vak minimaal 10x rond spelen voordat men door mag naar de volgende linie om uiteindelijk te scoren. Dus eerst probeert het drietal de aanvaller uit te spelen, daarna dribbelt men door naar het middenveld om daar 10x rond te spelen, vervolgens naar de verdediging. Na tegen de verdediger 10x te hebben rondgespeeld mag er gescoord worden. Pakt een gele speler de bal af, dan moet de rode partij opnieuw beginnen.

Maak er een competitie vorm van tussen het rode en gele team. Bijvoorbeeld: hoeveel pogingen heeft een team nodig om tot een doelpunt te komen? Of tot 5 doelpunten? Een andere manier: hoeveel doelpunten kan een team scoren in een bepaalde tijd, bijvoorbeeld 2 minuten?

Op de manier van de eerste afbeelding heb je slechts 7 spelers nodig om de vorm uit te voeren. Je kan de vorm ook met meerdere spelers doen. Zie onderstaande afbeeldingen met opties.

Dezelfde vorm met 4 rode spelers en 4 gele spelers.
Dezelfde vorm in een 6*6.

Hier nog een vorm met over/ondertalsituaties.

Heb je vragen of opmerkingen? Laat het me gerust weten.

Binnenkort deel 5 van de Guardiola-serie: zorg voor opties in de breedte en diepte.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *