Algemeen·Partijvormen·Positiespelen·Uncategorized

Spelprincipes van Cruijff deel 4: kies diepte voor breedte

In dit artikel wordt het 4e spelprincipe behandeld in de serie ‘Oefenvormen gebaseerd op de spelprincipes van Johan Cruijff’.

Het spelprincipe
Kies diepte voor breedte. Wat betekent dat? Dit spelprincipe zegt mij vooral dat wanneer je de keuze hebt tussen een bal vooruit of een bal breed spelen, de voorkeur uit moet gaan naar aan bal vooruit (dieptebal). Daarmee kom je immers dichterbij het doel van de tegenstander. Maar soms is een breedtebal gewoon de beste oplossing. Het doel kan nooit zijn om alle ballen naar voren te spelen.

Mooi voorbeeld van diepte voor breedte is de pass van Frenkie de Jong tegen PSV bij de inleiding van de 3-1: de bal kan breed maar De Jong kiest voor diepte. Deze situatie is ook een goed voorbeeld van een 3e man-situatie, daar kom ik in deel 6 uitgebreider op terug. De 3e man-situaties zijn ook bij dit spelprincipe belangrijk.   

Sowieso is Frenkie de Jong een goed voorbeeld van een speler die dit spelprincipe als lijfspreuk lijkt te hebben. Vaak zie je De Jong, als hij een back of centrumverdediger kan aanspelen, dit niet doen (zelfs niet onder druk) en net zo lang wachten totdat de bal vooruit gespeeld kan worden, met alle risico’s van daarbij horen. Deze diepteballen komen vaker wél aan dan niet. Het is één van de aspecten die De Jong zo goed maken.  

Oefenvorm
Hoe creëer je in een oefenvorm dusdanige voorwaarden dat er vooral diepte gezocht moet worden i.p.v. breedte? Bijvoorbeeld in een partijvorm met een lang en smal veld. Op een lang en smal veld hebben spelers weinig andere opties dan vooruit te spelen. Bijkomend voordeel van een lang en smal veld is ook dat er snel een goede intensiteit in de vorm ontstaat. Niemand kan immers aan een zijlijn staan geplakt waar een bal aangenomen kan worden zonder druk. Belangrijk in de partijvorm:

  • Maken spelers loopacties in de diepte om aangespeeld te worden?
  • Zodra er diepe spelers worden aangespeeld met de rug naar het doel, sluiten er dan teamgenoten bij waarop teruggelegd kan worden (de 3e man)?

Suggestie voor de afmeting: 50 meter lang, 15-20 meter breed voor een 5*5 met keepers.

Partijvorm 5*5 met keepers op een smal veld

Andere optie is vorm geïnspireerd op een tip van Erwin Heerlijn (huidig hoofdtrainer Oranje Nassau). In het witte vak wordt een positiespel gespeeld 6*3. Zodra het gele drietal de bal heeft verovert, kan de spits buiten het vak aangespeeld worden, 2 gele spelers mogen bijsluiten, de rest van de spelers blijven in het vak. Buiten het vak ontstaat dan een 3*2 plus keeper. De 3 gele spelers mogen proberen om af te ronden, de 2 verdedigers en keeper proberen dat te verhinderen.

Variant is een positiespel met alle spelers (8*4 zonder keeper) waarbij het afgezette vak wel blijft. Nog steeds moet er dus na balverovering direct diepte gezocht worden. Voordeel is nu dat iedereen mee kan doen (evt. met keeper). Een mooie oefening om de omschakeling naar balbezit te trainen en van hieruit direct diepte te zoeken.    

Positiespel met diepte na balbezit ondertal

Heb je vragen of opmerkingen? Laat het me gerust weten!

Binnenkort deel 5 in deze serie: bouw op door de as.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *