Blogs

Sociale competenties deel 3: de 6 rollen van de leraar

In ‘De zes rollen van de leraar’ beschrijft Martine Slooter effectief lerarengedrag aan de hand van 6 verschillende rollen. Slooter is consultant, trainer en coach in het onderwijs. ‘De zes rollen van de leraar’ is binnen het onderwijs een zeer bekend boek en verplichte kost voor een ieder die voor de klas wil staan. Wat kan je als voetbalcoach met dit boek? In deel 3 van de serie over sociale competenties gaan we kijken hoe je als voetbalcoach gebruik kan maken van de 6 rollen van de leraar. 

De rollen
Welke 6 rollen onderscheidt Slooter in haar boek?

  1. De gastheer
  2. De presentator
  3. De didacticus
  4. De pedagoog
  5. De afsluiter
  6. De coach

Laten we de rollen één voor één langsgaan en gelijk toepassen voor de sport.

De gastheer
De rol van gastheer heeft vooral betrekking op het begin van de training of wedstrijddag. Contact maken staat hierbij centraal. Je staat strategisch opgesteld zodat je de spelers het veld op ziet komen voor de training en daardoor contact kan maken: een groet of even een praatje. Je laat merken dat spelers welkom en gezien zijn. Als gastheer komt je tegemoet in de behoefte aan relatie (car-model).

Welk gedrag laat een goede gastheer zien? Slooter beschrijft dit in 4 gedragsindicatoren:

  • Spelers bij naam noemen: spelers kénnen en bij naam noemen beïnvloedt de relatie op een positieve manier
  • Duidelijk aanwezig zijn: je bent een leider en kan duidelijk maken wat je van spelers verwacht
  • Het goede voorbeeld geven: door toegankelijk, vriendelijk en benaderbaar te zijn creëer je een veilig klimaat en zullen spelers dit kopiëren
  • De spelers startklaar maken: mocht je voor de start van de training nog niet iedereen hebben kunnen spreken dan is een kort groepsgesprek bij uitstek een gelegenheid voor, of misschien moeten er nog zaken uitgesproken worden voordat je met een schone lei aan de training kan beginnen

Hoe ben jij gastheer van de je training? Van de wedstrijd(dag)? Ben je benaderbaar? Hoe ontvang je spelers op de wedstrijddag, of kom je exact aan op de afgesproken aanvangstijd?  

De presentator
Het moment is aangebroken waarin je de groep moet aanspreken en de aandacht van de groep moet vasthouden. Deze fase heeft 3 doelen volgens Slooter:

  1. Motiveren van spelers voor de training/wedstrijd
  2. Neerzetten van een gedragscode waarin ongepast gedrag wordt gecorrigeerd
  3. Inhoudelijk boodschap: doel van de training of doelstelling van de wedstrijd

De trainer/coach moet hierin de leiding nemen. Een groep heeft van nature behoefte aan een leider en het is aan jou om die rol op te eisen.

Welk gedrag laat een goede presentator zien? Dit wordt door Slooter omschreven in wederom 4 gedragsindicatoren:

  • Aandacht vangen: door de aandacht van de spelers te vangen laat je zien dat je de leider bent en dat de training of wedstrijdvoorbereiding gaat beginnen
  • De aandacht vasthouden: je weet spelers te motiveren en corrigeert op gedrag dat je ongewenst vindt
  • Leiderschapsgedrag vertonen: je staat stevig voor de groep en er is overeenstemming in wat je zegt, doet en wil
  • Je deelt de opbouw en het (leer)doel: je kan bijvoorbeeld de opbouw van de training delen en het doel van de training of wedstrijd

Hoe pak jij de rol van presentator op tijdens een training of wedstrijd? Ben je de leider van de groep? Wat zeg je bij aanvang van een training tegen de groep?

De didacticus
Didactiek ofwel de kunst van het onderwijzen. Hoe laat je leerlingen leren? Voor voetbalcoaches: hoe laat je voetballers leren?

Bij aanvang van je training heb jij je doel kenbaar gemaakt. Vervolgens onderscheidt Slooter 9 gedragsindicatoren voor de rol van didacticus. De indicatoren toepasbaar gemaakt voor voetbalcoaches levert het volgende rijtje op:

  1. De coach geeft een duidelijke instructie over een oefenvorm. Dat kan uitleg in woorden zijn maar ook het voordoen van een handeling. Coaches die een KNVB-cursus hebben gedaan kennen vast de uitspraak ‘praatje-plaatje-daadje’ nog wel
  2. De coach activeert het denkproces van de spelers door gelegenheid te geven om vragen te stellen. Dit is ook een mooie gelegenheid om te toetsen of de instructie goed is begrepen
  3. De coach geeft antwoord op de vragen
  4. De coach geeft de instructie om aan de slag te gaan. De spelers nemen de juiste positie in en beginnen aan de oefenvorm
  5. De coach gebruikt eenvoudige oefenvormen. Wil je dat een oefenvorm effectief is, dan moet bekend zijn bij spelers wat het doel van de oefenvorm is. Is bijvoorbeeld de oefenvorm een verlengde van de warming-up of gerelateerd aan de wedstrijd?
  6. De coach observeert hoe er gewerkt wordt. Laat spelers lekker voetballen en kijk wat er zich afspeelt op het veld
  7. De coach geeft de spelers feedback. Dit kan zowel directe feedback als de oefenvorm nog gaande is of het stilzetten van een oefenvorm om feedback te geven. Andere mogelijkheid is het situatieve coachen waarbij spelers bevraagd worden als de oefenvorm is stilgezet
  8. De coach vraagt niet te veel of te weinig van spelers. Als de oefenstof aansluit bij het niveau van de spelers zal dit de motivatie verhogen
  9. De coach vraagt aan de spelers wat geleerd is na afloop

In welke indicator van de didacticus herken jij je werkwijze? En in welke stap helemaal niet? Wat zou je graag willen ontwikkelen?

De pedagoog
De pedagoog zorgt voor een veilig klimaat. Een veilig klimaat wil zeggen dat er prettig en respectvol met elkaar wordt omgegaan en dat er orde is. Als er een veilig klimaat is kunnen spelers tijdens training tot leren komen. Een belangrijke voorwaarde voor een veilig leerklimaat is de relatie tussen de coach en de spelers en de spelers onderling.

Welk gedrag mag je van een pedagoog verwachten:

  • De coach hanteert rechtvaardig de bekende normen. Als normen worden gehandhaafd, zal dit bijdragen aan het naleven hiervan. Rechtvaardig wil zeggen dat de normen transparant zijn en rekening houden met omstandigheden
  • De coach benoemt gewenst gedrag. Vanaf de start geeft de coach duidelijke regels mee. Dit kan bijvoorbeeld zijn welk gewenst gedrag je graag wil zien tijdens je uitleg van oefenstof of voorbespreking tijdens een wedstrijd
  • De coach neemt spelers serieus. Door spelers serieus te nemen, voldoe je aan de behoefte van hen om gezien te worden. Dus je kent namen en neemt een goede luisterhouding aan
  • De coach geeft complimenten. Door positieve feedback groeit het zelfvertrouwen van spelers, versterkt de relatie, blijft het klimaat veilig, wordt duidelijk wat gewenst gedrag is en je gedrag wordt gekopieerd  
  • De coach signaleert probleemgedrag en corrigeert. Toegegeven: wat voor de een probleemgedrag is, hoeft dat voor de ander niet te zijn. Toch heeft iedereen ermee te maken en er zijn 3 soorten interventies: negeren, onderhandelen of een sanctie heffen
  • De coach laat gevoelens zien. Enkele voorbeelden van hoe een coach gevoelens kan laten zien: door vanuit je gevoel te spreken, gebruik van humor, accepteren dat spelers fouten maken, je empathisch opstellen   
  • De coach laat spelers delen in verantwoordelijkheden. Uiteindelijk is de groep als geheel verantwoordelijk voor de manier waarop het leerklimaat wordt ervaren, niet alleen de coach

Welk gedrag herken je bij jezelf? Geef je positieve feedback? Corrigeer je ongewenst gedrag? Wat zou je nog graag willen ontwikkelen en hoe kan je dat doen?  

De afsluiter
Een training afsluiten, hoe zou je dat kunnen doen?  Als je wil dat leerstof beklijft, helpt het om terug te komen op leerdoelen. Het is herhaling van informatie en borging daarvan. De coach in de rol van afsluiter komt terug op:

  • Wat heb je geleerd?
  • Hoe heb je geleerd?
  • Wat heeft het opgeleverd?
  • Hoe heb je het ervaren?

Deze vragen kan je ook stellen om een wedstrijd, voorbereiding of seizoen af te sluiten.

Slooter beschrijft 6 gedragsindicatoren voor de rol van afsluiter:

  1. De coach vraagt aan spelers wat ze geleerd hebben. Mooie feedback voor je training
  2. De coach evalueert met spelers hoe ze geleerd hebben. Sluit de oefenstof en de manier dit wordt aangeboden aan bij hoe spelers willen leren?
  3. De coach controleert of leerdoelen/doelstellingen gehaald zijn. Kijk of wat de spelers aangeven overeenkomt met het doel van je training
  4. De coach geeft (positieve) feedback op hoe er gewerkt is. Hoe meer een speler gelooft in eigen kunnen, des te groter de motivatie  
  5. De coach plaatst de training in de context van het grotere geheel. Geef de oefenstof betekenis door het te relateren aan individuele- of teamontwikkeling of de relatie van de stof met de wedstrijd
  6. De coach sluit op tijd af

Een uitgebreide evaluatie na een training is ongebruikelijk, in ieder geval in het amateurvoetbal. Zitten spelers überhaupt te wachten op een evaluatie? Toch is bijvoorbeeld tijdens het opruimen van de spullen prima gelegenheid om met één of meerdere spelers terug te kijken. Als je weet hoe spelers je training ervaren, hoe je oefenstof overkomt of de stof door spelers gerelateerd kan worden aan de wedstrijd, geeft dit jou ook inzicht waar je iets mee kan. Een coach hoeft niet de enige te zijn die feedback geeft. Dit vraagt om een kwetsbare opstelling van de coach. En bereid je voor op antwoorden die niet per se complimenteus zijn. Maar het kan je wel verder helpen als je er voor open staat.  

Hoe sluit jij je training of wedstrijd af?  

De coach
De 6e en laatste rol is de rol van coach. Wat is de coach? De coach is vakinhoudelijk, didactisch en pedagogisch onderlegd, de coach kan effectief met verschillen omgaan en kan kritisch op zichzelf reflecteren. Ook kan een coach verdiepende vragen stellen.  

Welk gedrag kenmerkt de coach? Voor elke van de 5 genoemde rollen, noemt Slooter enkele gedragsindicator voor de coach in die specifieke rol. De in mijn ogen meest toepasselijke zal ik benoemen:

De coach in de rol van gastheer:

  • De coach kent van de spelers en het niveau van hun ontwikkeling
  • De coach is congruent in woord, gebaar en mimiek
  • De coach zorgt ervoor dat de regels en afspraken voor iedereen duidelijk zijn
  • De coach kan contact maken met alle spelers

De coach in de rol van presentator:

  • De coach motiveert door respect te tonen
  • De coach vertoont coachend leiderschap

De coach in de rol van didacticus:

  • De coach is in staat om stof uit te leggen op verschillende niveaus
  • De coach observeert gedrag en kan hier feedback op geven
  • De coach daagt spelers uit

De coach in de rol van pedagoog:

  • De coach monitort of spelers met respect met elkaar omgaan
  • De coach geeft complimenten en erkend de bijdrage van individuele spelers
  • De coach laat spelers delen in verantwoordelijkheid

De coach in de rol van afsluiter:

  • De coach reflecteert op wat geleerd is
  • De coach geeft positieve feedback
  • De coach stelt concrete doelen

Zelfreflectie
Al met al genoeg om over na te denken en vooral eens in de spiegel te kijken. En het huidige coronatijdperk en aankomende zomervakantie bieden daar een mooie gelegenheid voor. Voor elke coach zit er wel iets in. Pak er vooral uit wat voor jou van toepassing is. In welke rol gun je jezelf ontwikkeling?

Tips en reacties zijn welkom! Binnenkort deel 4 in de serie over sociale competenties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *