Blogs

De licentie-eisen in het jeugdvoetbal

IJsland. Een land met ruim 360.000 inwoners. Dat is minder dan elke afzonderlijke provincie in Nederland en minder dan het dwergeiland Malta. Afgaand op het inwoneraantal zou je verwachten dat IJsland op het internationale voetbalpodium geen rol van betekenis kan spelen.

Toch wisten de beste voetballers van dit eilandje zich te kwalificeren voor het EK 2016 en WK 2018. Op het EK 2016 wist IJsland zelfs ten koste van voetbalgrootmacht Engeland door te dringen tot de kwartfinale. Kwalificatie voor het EK 2020 liep IJsland op de valreep mis. De IJslanders verspeelden in de finale van de play-offs in de laatste minuten een voorsprong tegen Hongarije. Hoe is het mogelijk dat een klein land als IJsland een rol van betekenis in het internationale voetbal weet te spelen?

Deze vraag stelde de Brit Matt McGinn zich ook. Zijn onderzoek naar de opkomst van het IJslandse voetbal schreef hij op in het boek Against The Elements, the eruption of Icelandic football. Welke oorzaken beschrijft McGinn in Against The Elements die hebben bijgedragen aan het relatieve succes van het IJslands nationale voetbalteam? En kijkend naar deze oorzaken, zou Nederland hier iets van kunnen leren?

Spoiler alert: dat kan zeker! Laten we enkele oorzaken die hebben bijgedragen aan de opkomst van voetballand IJsland eens op een rijtje zetten. Een vooruitblik:

  • IJsland heeft enorm geïnvesteerd in faciliteiten voor voetballers
  • IJslanders zijn trots op de IJslandse cultuur en mentaliteit
  • IJsland kent strenge licentie-eisen voor jeugdtrainers

Vooral op het punt van de licentie-eisen zal ik dieper ingaan. Ook kom ik met enkele aanbevelingen die we in Nederland zouden kunnen invoeren.

Faciliteiten
Op IJsland is de afgelopen jaren enorm geïnvesteerd in faciliteiten. Door een bijdrage van de UEFA in verband met het 50-jarig bestaan van de IJslandse voetbalbond KSI en enkele grote sponsoren, zijn er meer dan 300 voetbalvelden aangelegd. Dit zijn zowel indoor als outdoor velden, mini-velden en wedstrijdvelden. Vooral de aanleg van indoorhallen met kunstgras betekende een enorme vooruitgang voor de IJslanders aangezien vóór de aanleg van deze hallen alleen buiten op slechte velden getraind kon worden onder soms gure weersomstandigheden.

Wat kan Nederland hiervan leren?
In Nederland zijn honderden zo niet duizenden voetbalvelden van natuur- en/of kunstgras. Ook kennen we pannakooien, Cruyff Courts, sporthallen, schoolpleinen, natuurlijk de straat en dan vergeet ik vast nog wel een plek waar je kan voetballen. Als een kind in Nederland wil voetballen, dan is er altijd gelegenheid voor is mijn overtuiging.

Gritty culture
Een volgende oorzaak die wordt beschreven in het boek is de gritty culture waar IJslanders trots op zijn. Hoe laat deze cultuur zich het beste omschrijven? Hard werken en een gezond arbeidsethos, passie voor de sport en passie voor wat je doet, doorzettingsvermogen, vertrouwen in eigen kunnen en vertrouwen in een goed resultaat. Het vertrouwen in een goed resultaat zou het makkelijker maken om met tegenslagen om te kunnen gaan. Deze cultuur is ontstaan zijn door enkele historische gebeurtenissen.

Een ander element is de aanwezigheid van een groei mindset. Een persoon met een groei mindset gelooft dat hij/zij zichzelf steeds kan verbeteren. Kwaliteiten staan niet vast maar kunnen ontwikkelt worden.

Er is onderzoek gedaan naar de mentaliteit van IJslanders en of er typische IJslandse mentaliteit bestaat. Die bleek lastig te definiëren, ook omdat mentaliteit moeilijk te onderzoeken is. Maar als IJslanders geloven dat ze een geweldige mentaliteit hebben, die beter is dan de mentaliteit van hun tegenstanders, kan het ook werken als placebo-effect. Een selffulfilling prophecy. Tegenstanders zullen IJslanders ook associëren met een het hebben van een goede mentaliteit.

Daarnaast stimuleert de overheid inwoners om te sporten.

Wat kan Nederland hiervan leren?
Een cultuur of mentaliteit van het ene land naar het andere land kopiëren is moeilijk zo niet onmogelijk, als je het al zou willen. Persoonlijk moet ik dan in deze context denken aan Winnaars van Morgen (WvM). Het innovatieprogramma ter herijking van het Nederlandse voetbal. Over WvM zou je eigenlijk een apart artikel moeten schrijven. Dat ga ik nu niet doen. Maar een groot en belangrijk verschil tussen WvM en de cultuur in IJsland is de beoogde mindset.

Waar WvM aangeeft dat het in Nederland ontbreekt aan een winning mindset en deze mindset een belangrijker onderdeel moet worden van de jeugdopleiding, focust IJsland zich op een groei mindset. Een focus dus op ontwikkeling, vooruitgang en verbetering. Voor jeugdspelers lijkt me de IJslandse focus voor jeugdspelers wenselijker. Jeugd moet spelen om beter te worden en plezier te hebben. Wat dat betreft lijkt me Project Gelijke Kansen een goed begin, ook in het kader van de speerpunten van de IJslandse jeugdopleiding, daar komen we straks op.    

Coaches
Net als bijvoorbeeld Duitsland heeft ook IJsland een radicale verandering doorgevoerd om het voetbalniveau op te krikken. Dat had ook impact voor de coaches. De IJslandse voetbalbond heeft afscheid genomen van de categorie enthousiaste ouder en het voor coaches verplicht gesteld een opleiding te volgen. Kinderen vanaf 6 jaar worden getraind door een coach met een UEFA B-certificaat. Er wordt in het boek helaas geen nadere informatie verstrekt over de inhoud van de cursus.

Coaches zijn op IJsland verplicht technische vaardigheden aan te leren aan jonge voetballers maar zijn verder helemaal vrij in hoe ze opleiden. Ook bijscholingscursussen hoeven coaches niet via de KSI te doen.

In 2018 waren er op IJsland 669 coaches met UEFA B, 240 coaches met UEFA A en 17 met UEFA Pro. Dat zijn in totaal 926 gediplomeerde coaches op ongeveer 23.000 geregistreerde voetballers. Ik krijg de indruk dat UEFA C op IJsland niet wordt gegeven of niet bestaat. In het najaar van 2021 gaat daar verandering in komen volgens de KSI.

De KSI weet de prijzen van de cursussen laag te houden door onder andere prijzengeld van grote toernooien te investeren in het (amateur)voetbal. Een paar jaar geleden betaalde je op IJsland €770,-voor de UEFA B-cursus.

Speerpunten
Waarom laat de KSI de coaches zo vrij? De eerste reden wordt duidelijk gemaakt met een metafoor: ‘als je allemaal hetzelfde recept hebt, bak je allemaal dezelfde cake’. Als iedereen hetzelfde doet middels een gecentraliseerd proces, krijg je veelal homogene coaches en dus homogene spelers en geen verschillende type spelers die niet in verschillende systemen kunnen spelen. Juist omdat er weinig coaches en spelers zijn, wil men de coaches zo onafhankelijk mogelijk houden.

Speerpunten van de jeugdopleiding:

  • Plezier staat op één
  • Laat resultaten los
  • Laat iedereen spelen
  • Wees positief en moedig aan
  • Zorg dat je aan het einde van het seizoen meer spelers hebt dan aan het begin
  • Betere spelers krijgen niet eerder dan op hun 15e levensjaar extra aandacht, daarvoor krijgt iedereen dezelfde training
  • Investeer in spelers als mensen, niet alleen als voetballers
  • Neem jezelf als coach niet te serieus

In mijn ogen heel mooie speerpunten.

Hoe is dit in Nederland geregeld?
Ook in het jeugdvoetbal in Nederland worden er licentie-eisen gesteld. De eerste leeftijdscategorie die hiermee te maken krijgt is de O13 en dan gaat het om de landelijke BVO-competities. In die competities is UEFA B een vereiste.

De eerste districtscompetities die te maken krijgen met licentie-eisen zijn de O15-competities en ook daar gaat het om UEFA B-certificering. De eerste jeugdcompetitie waar UEFA A wordt gevraagd is de landelijke O15-competitie. Natuurlijk staat het vereniging zelf vrij om opleidingen te vragen van jeugdtrainers. Dat gebeurt ook.

Wat is het verschil met IJsland?
Op IJsland worden kinderen van 6 gecoacht door een UEFA B-coach. De bond heeft UEFA B verplicht gesteld voor jeugdcoaches. In Nederland mag bij de jongste jeugd iedereen voor de groep staan, licentie of niet. Tot en met de leeftijdscategorie O12 is er geen enkele licentie-eis. De eerste pak ‘em beet 6 jaar van de opleiding van een jeugdspeler staan we in Nederland dus toe dat er een ongediplomeerde coach voor de groep staat. Maar dat is nog niet alles.

Zoals ik schreef is het eerste niveau waarop een licentie-eis wordt gesteld de landelijke O13-divisie. Dat is een BVO-competitie waar UEFA B  een vereiste is. Maar wacht eens even: het overgrote deel van de kinderen in de O13 speelt natuurlijk niet in een landelijke BVO-competitie. Het overgrote deel speelt in de districtscompetities of lager. En in de lagere competities gelden geen licentie-eisen.

Als je als kind in Nederland nooit hoger speelt dan de hoofdklasse, hoef je de gehele jeugdopleiding nooit verplicht een gediplomeerde coach te hebben. In theorie kan een jeugdspeler dus naar de senioren gaan en nog nooit training hebben gekregen van een gediplomeerde coach!

Qua aantal jaren coaching door gediplomeerde coaches lopen de meeste kinderen in Nederland op het einde van de basisschool dus al jaren achter t.o.v. IJslandse kinderen. Nu zal de inhoud van UEFA B op IJsland en in Nederland verschillen, nationale bonden hebben namelijk speelruimte gekregen van de UEFA om de cursussen naar eigen inzicht in te richten binnen een bepaalde bandbreedte. Maar de IJslandse cursussen voldoen wél aan de UEFA-eisen.

Andere opleidingen
Ik hoor u denken: UEFA B is toch niet de enige cursus die er bestaat? Er zijn toch ook nog andere opleidingen die coaches kunnen doen bij de KNVB? Dat klopt. De KNVB biedt ook de cursus Pupillentrainer, Juniorentrainer en UEFA C (Youth) aan. Deze cursussen komen echter niet terug in de licentie-eisen en geven dus geen toegang tot een hoger coachniveau. Het is dus geheel aan de coach of vereniging of één dan wel meerdere van deze cursussen worden doorlopen door de coach. Wel is het zo dat een UEFA C-certificaat nodig is om te worden toegelaten tot UEFA B.

De vraag is natuurlijk wel voor coaches en verenigingen wat de waarde van cursussen is als ze niet terugkomen in licentie-eisen. Ik kan me goed voorstellen dat clubs dan liever zelf, vooral ook vanuit financieel oogpunt, zelf doen aan kaderopleiding. Een beetje fanatieke jeugdcoördinator of hoofd jeugdopleidingen kan zelf jeugdtrainers een hoop bijbrengen en je kan ook van elkaar leren als coaches.

De strengere licentie-eisen van IJsland zie je terug in cijfers. IJsland heeft voor elke 25 voetballers 1 gediplomeerde coach. Immers: 23 duizend voetballers en bijna duizend gecertificeerde coaches. In Nederland ligt dat beduidend anders. Een rekensommetje. Naar eigen zeggen heeft de KNVB bijna 1,2 miljoen leden en 7 duizend licentiehouders. Dit betekent dat in Nederland voor elke 171 voetballers er 1 gediplomeerde coach is.

Nederland heeft dus in verhouding veel minder licentiehouders dan IJsland. Om tot eenzelfde verhouding te komen als IJsland zouden er nog meer dan 40 duizend coaches een diploma moeten halen. Een mooi groeipotentieel en kans zou je zeggen.

Wat kan Nederland hiervan leren?
Ik kan me goed voorstellen dat je streeft naar zoveel mogelijk goed opgeleide coaches. Dat kan alleen maar bijdragen aan de ontwikkeling van spelers. Dat zie je ook in IJsland. Als je ervoor kiest om licenties te verplichten, wat ik ook kan begrijpen, zou ik ervoor pleiten dat alle certificaten of cursussen in de eisen terugkomen.

Daarnaast is de toegankelijkheid belangrijk, vooral financieel. Hoe financieel toegankelijk zijn de cursussen in Nederland? Tsja ik schreef er al eerder over, bijvoorbeeld UEFA B kost in Nederland €4.550,– en in IJsland nog geen duizend euro, UEFA A kost in Nederland € 9.750,–. Dat maakt het voor een IJslandse coach natuurlijk veel gemakkelijker om een cursus te doen. Nederland is één van de duurste landen in Europa op het gebied van trainersopleidingen.

De vraag is natuurlijk wat de inhoudelijke verschillen zijn. Dat neemt niet weg dat de drempel door een hoge prijssetting wordt verhoogd, ongeacht hetgeen je op de cursist aanbiedt. De huidige prijssetting is een bewuste keuze van de KNVB. De UEFA laat immers ruimte aan nationale bonden om de cursussen naar eigen inzicht aan te bieden en het lukt andere landen een andere prijssetting te hanteren. Daar lijkt mij werk aan winkel.

Belangrijk
Bovenstaande zou natuurlijk niet uitmaken als er geen waarde wordt gehecht aan het hebben van gediplomeerde coaches. Dus de vraag: hoe belangrijk vindt de KNVB het hebben van gediplomeerde coaches? Nou heel belangrijk, de KNVB hecht veel waarde aan het opleiden van coaches en het hebben van gediplomeerde coaches. De bond wil namelijk graag 41 duizend coaches opleiden.

Zie onderstaande teksten uit Winnaars voor Morgen.

Niet alleen zijn er helaas veel trainers ongeschoold, het hebben van een matige trainer wordt ook nog eens aangegeven als reden voor spelers om te stoppen met voetbal. Dat lijkt mij een extra reden om coaches op te leiden.

Met 18 kadercoaches 41 duizend jeugdcoaches trainen, dan hoef je je in ieder geval niet te vervelen als kadercoach. Nu biedt de KNVB met de Rinus-app een handvat en gelukkig doen veel verenigingen zelf ook aan kaderontwikkeling. Toch is de échte oplossing in mijn ogen eenvoudig, daar kom ik nu op.

Oplossingen
Ik heb geprobeerd een paar pijnpunten voor het voetlicht te brengen als het gaat over de licentie-eisen voor coaches in Nederland, samengevat:

  • Er zijn in Nederland (te) veel ongeschoolde jeugdcoaches
  • Het hebben van een ongeschoolde coach is een reden voor jeugdspelers om te stoppen met voetbal
  • Terwijl geschoolde coaches meer kwaliteit zouden moeten kunnen leveren (zie de ontwikkeling in IJsland)
  • Toch staat de KNVB het voor de meerderheid van de niveaus toe dat er een ongeschoolde coach voor de groep staat, jarenlang kunnen voetballers te maken hebben met ongeschoolde coaches (dat hoeven overigens niet per definitie slechte trainers te zijn)
  • Een deel van de aangeboden cursussen komt niet terug in de licentie-eisen, daar ligt devaluatie van deze cursussen op de loer
  • Cursussen in Nederland zijn financieel moeilijk toegankelijk

Ik vind dit alles lastig met elkaar te rijmen. Vooral dat er veel ongeschoolde coaches zijn, dit een reden is om te stoppen voor spelers maar dat toch op veel niveaus ongeschoolde coaches mogen rondlopen. En dat een ander land bewijst dat je met veel geschoolde coaches meer kan bereiken terwijl cursussen in Nederland moeilijk toegankelijk zijn. Wat kan je hieraan doen? Dat is gelukkig helemaal niet zo moeilijk. Als je ervoor kiest om licentie-eisen te stellen én je wil gediplomeerde coaches hebben dan kan je de volgende maatregelen doorvoeren:

  • Stel licentie-eisen aan alle leeftijdscategorieën, dus vanaf de jongste jeugd tot de O19
  • Stel licentie-eisen aan alle niveaus, dus vanaf het laagste niveau tot het hoogste niveau
  • Laat alle cursussen die je aanbiedt terugkomen in de licentie-eisen, dus biedt geen cursussen aan die niet in de licentie-eisen terugkomen
  • Maak de cursussen toegankelijk, financieel en qua aantal beschikbare plaatsen per seizoen

Dit kan je gefaseerd invoeren, dus de leeftijdscategorieën, niveaus en licentie-eisen jaarlijks stapsgewijs uitbreiden. Binnen een x-aantal jaar kan je dit op orde hebben.

Dus ook de enthousiaste ouder op cursus? Ja. Dat wordt toch onbetaalbaar? Niet als je de bestaande cursussen grondig gaat herzien en een andere prijssetting gaat hanteren. Een enthousiaste ouder wil toch helemaal niet op cursus? Wél als je een juist aanbod hebt met toegevoegde waarde. Een instapcursus voor de enthousiaste ouder waarin 1 het creëren van een veilig leerklimaat 2 de structuur van een training en 3 wat te leren per leeftijdscategorie (inhoud dus) wordt geleerd en je bent al een heel eind.

Zo’n cursus hoeft geen seizoen lang te lopen en zou je mogelijk zelfs gratis (deels online) moeten kunnen aanbieden. Als je het maar wil! En of je die cursus nou Pupillentrainer, UEFA B  of wat dan ook noemt, dat maakt helemaal niets uit.

De praktijk
Wat betekenen de huidige licentie-eisen voor amateurverenigingen die te maken hebben met deze eisen? Daarover had ik contact met de hoofd jeugdopleiding van Be Quick 1887 uit Haren. In het noorden van Nederland is Be Quick de hoogst spelende amateurvereniging op het gebied van jeugdvoetbal. Vooropgesteld: Be Quick is voorstander van gediplomeerde coaches en juicht licentie-eisen toe. Toch komen de licentie-eisen met pittige enkele uitdagingen. Dat zit als volgt.

Plots zijn amateurverenigingen genoodzaakt coaches met een UEFA A-licentie te hebben in de jeugd. Voor Be Quick betekent dat concreet dat er 4 coaches bij moeten komen met UEFA A-licentie. Dat is een kostenplaatje van bijna 40 duizend euro. Onmogelijk op te brengen voor amateurs of voor cursisten zelf. Deze coaches een passend en marktconform salaris bieden is voor amateurverenigingen ook niet op te brengen. Ook zijn coaches met UEFA A lastig te binden voor amateurs in de jeugd. Een stap naar de senioren, waar je als coach een hogere vergoeding kan verdienen, of naar een BVO is makkelijk gemaakt.

Daarbij komt dat de plekken op de UEFA A-cursus schaars zijn, maximaal 30 per seizoen. Het is moeilijk om daar tussen te komen, helemaal als 1 club zoals Be Quick al 4 plekken nodig heeft om te voldoen aan de licentie-eisen. Door de huidige, nieuwe licentie-eisen hebben meer topamateurs de plekken op de cursus hard nodig. En de cursus wordt slechts 1x per seizoen aangeboden.

Risico van deze strenge licentie-eisen: clubs laten jeugdteams lager indelen om te kunnen voldoen aan eisen. Op een lager niveau kunnen de topamateurvereniging namelijk wel voldoen aan de licentie-eisen, veelal wordt daar UEFA B gevraagd. Spelers zullen hierdoor onder hun niveau gaan spelen wat niet ten goede zal komen aan hun ontwikkeling. Een hoogst onwenselijke situatie.

Topamateurverenigingen hebben meerdere gesprekken gevoerd met de KNVB over de licentie-eisen maar vooralsnog houdt de bond zijn poot stijf. De topamateurverenigingen zitten inmiddels met hun handen in het haar.

Van de Vakbond Voor Oefenmeesters Nederland (VVON) begreep ik dat men niet betrokken is bij de invoering van de licentieplicht. De vakbond gaat zich hier zelf nog kritisch over uitlaten in het eigen blad De TrainerCoach.

Van de KNVB heb ik nog geen reactie mogen ontvangen op mijn vragen.

Tot slot
Vragen en opmerkingen naar aanleiding van dit artikel zijn welkom!

Gerelateerde artikelen over de opkomst van IJsland als voetballand:

Michiel de Hoog voor De Correspondent

De mysterieuze DaarDan op zijn eigen website

De Belgische journalist Jens de Smet op zijn eigen website

En de VI over de trainersopleidingen in Nederland

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *