Algemeen·Omschakeling·Partijvormen

Omschakelen naar veranderende omstandigheden

Deze oefenvorm is een partijvorm waarbij omschakelen en omgaan met veranderende omstandigheden centraal staan.

Het spelprincipe
In het huidige voetbal is omschakelen zeer belangrijk. Veel doelpunten worden gemaakt vanuit de omschakeling van balbezit tegenstander naar balbezit. Al eerder heb ik daar vormen over gedeeld: omschakelen (bij veranderende omstandigheden) en ook bij direct druk zetten na balverlies is omschakelen belangrijk.  Nu dus weer een nieuwe vorm over omschakelen. Bij deze oefening is wederom geen sprake van omschakelen van of naar balbezit maar omschakelen naar veranderende omstandigheden.

De tekening
In de tekening zie je een vierkant veld met 4 doelen (2 grote en 2 kleine) en 2 teams van 6 personen incl. keepers.

Blog vierkant veld met vier doelen

De oefenvorm
Er wordt een reguliere partijvorm gespeeld waarbij de coach aangeeft in welke doelen gescoord kan worden. Deze oefening kent 3 varianten om te kunnen scoren:

  1. Rood kan scoren in doel 1, geel in doel 2
  2. Rood kan scoren in doel 3, geel in doel 4
  3. Rood kan scoren in doelen 1 én 3, geel in doelen 2 én 4

De coach start de oefenvorm met variant 1 (rood kan scoren in doel 1, geel in doel 2) en roept na een bepaalde tijd ‘draaien naar 2/3’. Dit kan zijn na een doelpunt, bal over de zijlijn of middenin een aanval. De teams weten bij draaien naar 2 of 3 wat er moet gebeuren: omschakelen naar de veranderende omstandigheden en de juiste doelen gaan verdedigen/aanvallen. Na verloop van tijd draai je wéér naar een andere variant en dan wéér enz. Zo vaak als je wil in een bepaalde tijd. Het is waardevol om te zien hoe teams omschakelen of reageren als je bijvoorbeeld een kansrijke aanval onderbreekt door te draaien. Of er ontstaat plots een enorme kans omdat er gedraaid wordt.

Uiteraard kan de oefenvorm ook met andere aantallen gespeeld worden. Des te kleiner de teams qua aantal spelers, des te meer impact het draaien heeft.

Coaching
Waar je op kan letten:

  • Hoe en hoe snel schakelen de teams, dus zowel het aanvallende als verdedigende team, als er gedraaid moet worden?
  • Hoe reageren spelers op de veranderende omstandigheden? Rouwmomentje als een kansrijke aanval wordt onderbroken of direct weer in de actiemodus?

Variaties
Mogelijke variaties:

  • In deze vorm is gekozen voor 2 grote en 2 kleine doelen, dit kunnen uiteraard ook 4 grote of 4 kleine zijn. Als je met kleine doelen speelt en je hebt keepers, kunnen de keepers meespelen als veldspeler
  • Toevoegen van 2 doelen, bijvoorbeeld in een zeskantig veld
  • Als 4e variant een positiespel (zonder doelen)

Heb je vragen/opmerkingen? Laat het me gerust weten!

Veel plezier met deze oefenvorm!

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *