Blogs

Hoogma, Brobbey en credentialisme

De afgelopen weken kon ik duidelijk merken dat de inschrijving voor de trainerscursus UEFA A weer openstond. Meerdere ambitieuze voetbalcoaches lieten weten geïnteresseerd te zijn en melden zich aan. Van enkelen kwam ook een melding van het verlossende bericht: ze werden toelaatbaar geacht door de selectiecommissie, oftewel toegelaten tot de UEFA A-cursus. Hierbij allen gefeliciteerd!

De afgelopen weken las ik ook een boek waarin onder andere credentialisme besproken werd. Ik hoor u denken: wat is credentialisme? De term stamt uit de jaren ’70 en is afgeleid van het Engelse credentials wat kwalificatie of diploma betekent. Van credentialisme is sprake als een diploma een instrument wordt dat toegang geeft tot een banenmarkt. In een credentialistisch systeem krijgen hoger opgeleide mensen functies niet zozeer vanwege betere vaardigheden, kennis of prestaties maar (vooral) op basis van diploma’s. Een diploma wordt hiermee een statussymbool.

Ondertussen heeft u, neem ik aan, al de link gelegd tussen de toelatingen voor de cursus UEFA A en credentialisme. De beschikking over het UEFA A-certificaat zal de cursisten toegang geven tot een hoger niveau om actief te zijn als hoofdtrainer. Dus toegang tot een exclusievere banenmarkt. Dat geldt ook voor de eerder gevolgde cursussen: hoe hoger opgeleid, hoe hoger je mag coachen. Het behaalde certificaat wordt hiermee ook een statussymbool. Dat laatste merk je ook aan de manier waarop coaches zich profileren: het hoogst behaalde certificaat wordt vaak vermeld op bijvoorbeeld social media. Ik gun coaches vooral dat ze meer zijn dan hun hoogst behaalde certificaat.

Op zichzelf klinkt het best logisch dat een hogere cursus toegang geeft tot een hoger coachniveau, echter schuilt er een premisse in deze vorm van credentialisme. Namelijk dat een lager opgeleide coach niet het werk kan doen van de hoger opgeleide coach. Dat je eerst een aanvullende opleiding moet volgen om te kunnen functioneren op een bepaald niveau. Deze premisse betwist ik.

Om dat concreet te maken met een voorbeeld. Een coach met UEFA B mag zelfstandig hoofdtrainer zijn t/m de 2e klasse in het seniorenvoetbal. Vanaf de 1e klasse is UEFA A vereist. Kan een coach met UEFA B niet in de 1e klasse coachen? Zou dat helemaal in de soep lopen? Is het spel of zijn de spelers plots helemaal anders? Lijkt me niet. Natuurlijk snap ik dat tijdens UEFA A weer nieuwe kennis wordt opgedaan door een cursist maar is hij zonder die specifieke kennis ongeschikt voor een hoger niveau? Of, wat ook enigszins in de premisse schuilt, is een hoger opgeleide coach per definitie een betere coach? Maar dat is eigenlijk niet waar ik het over wil hebben.

Brobbey
Afgelopen week kwam Marc Overmars in het nieuws met een uithaal naar Nico-Jan Hoogma. Hoogma is directeur topvoetbal bij de KNVB en had zich uitgelaten over de toekomst van Ajacied Brian Brobbey. Hoogma gaf aan het te begrijpen dat Brobbey aan het einde van het seizoen naar RB Leipzig zou vertrekken om samen te werken met Julian Nagelsmann. De zoon van Hoogma (Justin) was enthousiast over deze bijzondere trainer.

Ik snap heel goed dat Overmars niet vrolijk wordt van de aanbeveling van Hoogma. Maar dat Hoogma een groot talent enthousiasmeert om naar het buitenland te gaan vind ik nog niet eens het ergste. Wat wel? In februari ’18 gaf Hoogma aan de trainersopleiding in Nederland drastisch tegen het licht te willen houden. Dat was 3 jaar geleden. Waar staan we nu? Nederland heeft nog steeds de duurste trainersopleiding van de wereld. Als er in de Eredivisie een trainer wordt ontslagen, wordt er nog steeds heel snel een oude bekende afgestoft. Recent nog Ruud Brood, Zeljko Petrovic en Art Langeler. Enige uitzondering is Sjors Ultee bij Fortuna Sittard.

Als ik dan denk aan de belofte van Hoogma om de opleidingen te drastisch te herzien, vraag ik me af wat er gerealiseerd is. Wat is inmiddels drastisch herzien? En als ik dan denk aan Nagelsmann vraag ik me af: waarom is er nog geen Nagelsmann in Nederland? Er is trainerstalent te over. Het antwoord is eenvoudig. De structuur van de trainersopleiding is dusdanig opgezet dat er heel moeilijk een Nagelsmann kan bovendrijven in Nederland. Redenen: hoge prijssetting, een beperkt aantal plekken per cursus en strikte licentie-eisen voor coaches om hogerop te komen. Daar heb ik al genoeg over geschreven. Er is sprake van credentialisme. Juist hierdoor worden trainers geremd in hun ontwikkeling. Terwijl bijvoorbeeld in Duitsland een coach met UEFA B (Rene Maric) succesvol is als assistent-trainer bij Borussia Mönchengladbach in de Bundesliga.

Ironisch
Is het niet ironisch dat juist Hoogma een groot Nederlands talent aanmoedigt om naar het buitenland te gaan om met een buitenlandse coach te werken, terwijl het systeem dat Hoogma in stand houdt er debet aan is dat er in Nederland geen innovatieve trainers komen bovendrijven? Waar blijft de drastische herziening? De drastische herziening die mogelijk maakt dat we kennis gaan maken met een Nederlandse Nagelsmann, of meerdere… Waarin we nog veel meer loskomen van het idee dat een oud-prof een kans moet krijgen als trainer?

Als Hoogma de trainersopleiding in Nederland echt drastisch herstructureert en afscheid neemt van het credentialisme bij de KNVB, zien we heel snel een Nederlandse Nagelsmann. Kan Brobbey misschien nog eens terugkomen bij Ajax en kan Hoogma talenten aanbevelen om in Nederland te blijven.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *