Waarom lukt het sommige trainers wél om verwachtingen waar te maken? En waarom lukt het sommige trainers niét om verwachtingen waar te maken? En waarom is dat voorspelbaar, kan je de mogelijke treinramp al van te voren zien aankomen? Althans, volgens organisatieadviseur Rolf Baarda, is het te voorspellen in hoeverre trainers verwachtingen wel of niet gaan waarmaken.
In zijn boek getiteld De speler, de trainer en de bestuurder maakt Baarda duidelijk dat het antwoord op deze vragen ligt in het probleemoplossend vermogen. Probleemoplossend vermogen zou je kunnen definiëren als het vermogen om problemen te (h)erkennen en hier effectieve oplossingen voor te vinden.
Het model
Een model waarmee je probleemoplossend vermogen kan herkennen bestaat uit acht niveaus. De niveaus kennen een opbouw in moeilijkheid. Tevens geeft dit model kenmerken weer van gedrag dat wordt gevraagd bij de verschillende niveaus.

Een toelichting op de niveaus, door Baarda toegepast op voetbal, ziet er als volgt uit.
Op niveau 1 hoeft niet te worden nagedacht maar gewoon worden gedaan, besluiten worden intuïtief genomen door spelers. Op niveau 2 ontwikkelen spelers techniek. Inzicht in het spel en het niveau om samen te werken wordt verworven op niveau 3, mits het brein van de speler hier talent voor heeft. Niet elke speler ontwikkelt zich dus door naar niveau 3.
Niveau 1 t/m 3 gaan over spelers. Vanaf niveau 4 zien we denken van een mogelijke trainer.
Methodisch en planmatig denken wordt gevraagd op niveau 4. Welke spelsituaties kunnen zich voordoen of hoe gaan we daarmee om? Volgens Baarda mag je minimaal niveau 4 van een trainer verwachten. Een trainer op niveau 3 herken je doordat deze trainer spelers individueel wél beter kunnen maken maar teams niét.
Op niveau 5 begint het conceptueel denken, denken in meer abstracte vraagstukken zoals waar het naartoe moet met een club, een visie. Een grote club zou over een trainer met visie moeten beschikken. Baarda noemt Maurice Steijn en John van ’t Schip als voorbeelden van trainers die niet over niveau 5 beschikken maar wel op dit niveau actief waren, daardoor buiten hun comfortzone opereerden en dus niet succesvol waren.
De echte visionair vinden we terug op niveau 6: de trainer die een filosofie heeft en hiermee een beweging op gang kan brengen. Voorbeeld: Johan Cruijff.
Op niveau 7 en 8 zien we bestuurders van een club. Niveau 7 is weggelegd voor de managers: werken met doelstellingen en resultaatgerichtheid zijn belangrijk. Niveau 8-bestuurders doen hetzelfde als de managers van niveau 7 maar werken vanuit de identiteit van een club en kunnen veranderingen in gang zetten.
Typen trainers
Vanuit dit model onderscheidt Baarda vier typen trainers: de regelaar, de expert, de regisseur en de inspirator.
Een regelaar kan individuele spelers handreikingen bieden over hoe te handelen in specifieke situaties. Vooral oud-voetballers blijven volgens Baarda als trainer steken op het niveau van regelaar. De expert handelt meer op teamniveau en mogelijke scenario’s die zich kunnen voordoen. De regisseur is in staat om een juist gevoel, juiste balans en strijdwijze te implementeren. Een inspirator is de filosoof onder de trainers.
Om over na te denken:
- Welk type trainer denk je zelf te zijn?
- Waarop baseer je dat?
- Welk type trainer zou je graag willen zijn?
- En wat heb je daarvoor nodig?
- Welke typen trainers herken je in je directe omgeving?
- Welke typen trainer herken je in het betaald voetbal?
‘Great minds discuss ideas; average minds discuss events; small minds discuss people’
(Eleanor Roosevelt)Â